maandag 24 maart 2014

Vragen en antwoorden

We liggen in bed
voor de ochtendknuffel
mijn kind en ik.
We kletsen wat.
Dat doen we altijd.
Elke ochtend
en elke avond.
'Wat ga je doen?
Hoe was je dag?
Wat was leuk
en wat was stom?'.
Alle grote en kleine dingen
worden besproken in bed.
Zo doen wij dat.

Al weken lig ik veel plat.
Dus na die ochtendknuffel
en het uitzwaaien naar school
duik ik vaak weer in bed.
In de namiddag
lig ik vaak op de bank
en na het avondeten ook.
Dat ziet mijn kind.
'Ben je nu weer ziek?'
vroeg S. mij
tijdens de ochtendknuffel.

Ben ik nu weer ziek?
Tja.
Was ik een tijd niet ziek
en nu weer wel?
Was het een tijd minder
en nu weer meer?
Ik weet het niet.

Dus zeg ik dat.
'Ik weet het niet,
maar het maakt niet uit.'
Dat is voldoende antwoord
voor hem.
Is het ook voldoende voor mij?

Ziek of niet ziek.
Moet ik het weten?
Wat voegt het weten toe?
Liever denk ik niet na,
over ziek zijn
en niet ziek zijn.
Liever klets ik
en knuffel ik
met mijn kind
en probeer hem
te laten zien
dat ziek of niet ziek
geen grote kwestie
hoeft te zijn.

Ik verdom het
om het ziekzijn
of het niet ziekzijn
als een wolk
of een zon
boven mijn hoofd
te laten hangen.

Vroeger dacht ik
dat antwoorden nodig waren
om door te kunnen gaan.
Nu weet ik dat
het niet om het antwoord gaat
maar om het besef
dat de vraag op
veel manieren
kan worden gesteld
en dat een antwoord
als een blok beton
aan je been kan hangen.

Dus lig ik plat.
Ik leef in het hier en nu
en ben blij
dat mijn bed
zo lekker ligt.

Dus loop ik op straat.
Ik leef in het hier en nu
en ben blij
dat ik altijd
weer verder kan gaan
waar ik was gebleven.