dinsdag 2 oktober 2012

Wennen

Een slechte dag
na weken van vooruitgang,
wakker worden met pijn
en een overdonderend gevoel
van vermoeidheid.
Dat is vreemd.

Het is niet alleen vreemd,
het is ook schrikken.
En meteen wordt er nu
van alles geactiveerd
in dat hoofd van mij.

Een koor van stemmen
dat ik dacht de mond
gesnoerd te hebben,
omdat wat het
te vertellen heeft,
niet zinvol is en
mij angst aanjaagt.

Ik weet wat er gebeurt,
ik voel wat er gebeurt
en trek aan de noodrem
door te doen wat
mijn nieuwe beste vriend
zegt wat ik moet doen.

Dus ga ik
naar de pijn toe,
kijk er naar,
oordeel niet,
adem er naar toe
en verwacht niet te veel.

Het klinkt zo zweverig
maar dat is het niet.
Na een paar uur
is de pijn weg
en vind ik mezelf
in de keuken bezig
met het bakken
van brood en muffins,
ondertussen ook nog
gehaktballen draaiend.

Mijn amygdala,
dat hysterische ding,
wordt een goed afgerichte pup,
die eindelijk naar
zijn baasje luistert.

Ik ben de chef,
de baas,
de grote roerganger,
de opperbevelhebber
van mijn eigen brein
en breek elk ongepast signaal
zonder pardon af,
met zachtheid,
dat dan weer wel.

Nu alleen nog even leren,
dat gewoon moe zijn
bij het normale leven hoort.