zaterdag 22 september 2012

Pijn

Juist nu ik beter word voel ik de pijn
die ik mezelf de afgelopen jaren
nauwelijks toestond te voelen.

Er wordt een band terug gespoeld
en ik mag alsnog alle pijn voelen
van al die dingen
die ik probeerde niet te zien.

Pijn, om al die bankdagen
met de gordijnen gesloten.

Pijn, om de verpletterende stilte
die veel vrienden achterlieten
omdat ze nooit meer iets lieten horen.

Pijn, om mijn kind
dat bijna 5 jaar opgroeide
met een moeder
die wel kon luisteren
maar niet kon doen.

Pijn, om mijn lief
die altijd in touw was,
om te werken,
de boel draaiend te houden.

Pijn, om mijn moeder
die bejaard en wel
de was kwam brengen,
Zoon haalde en bracht,
kwam koken en stofzuigen.

Pijn, om mezelf
zo liggend op de bank,
toekijkend en aan de zijlijn staand.

Pijn, om alles wat ik miste.

Nu de tijd is gekomen
dat ik met mijn kind
weer kan zwemmen
of soms op een goede dag
een uitje kan doen,
voel ik pijn.
Hij wordt groot
en de tijd is voorbij
dat hij zijn hand
in de mijne legt.

Ik maakte dat niet mee,
zijn handje in mijn hand,
lopend op straat,
of in een dierentuin,
Ik leerde hem niet
schaatsen op de sloot
achter ons huis,
Ik kocht geen cadeautjes
voor vriendjes,
en bracht hem ook niet weg
naar de partijtjes,
Ik stond ook niet te juichen
langs de rand
van het voetbalveld.

Juist nu ik vooruit ga,
voel ik dit alles.

Ik ben blij om
wat er met mij gebeurt
en toch doet het
verschrikkelijk veel pijn.

Ik ben 5 jaar kwijt.
Die krijg ik
nooit meer terug.
En dat is best klote.

Mag ik daar verdrietig om zijn?
Mag ik even zwelgen?
Blijkbaar moet dat toch.
Even de boel uitmesten.
Zodat ik niet struikel
over de rotzooi
als ik de wereld weer instap.