woensdag 5 september 2012

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: het is een vrouw en ze fietst.

Het is tien over half 9.
Zojuist bracht ik
Zoon naar school
en nu fiets ik
op de dijk.

De geur van de herfst
hangt in de lucht.
Er zijn al
wat boten
op het water
en onderweg
kom ik ook
veel fietsers tegen.

Bij elke fietser
heb ik de neiging
hard te gaan gillen
Joehoe, zie je mij?
Weet je wel
wat voor wonder
het is
dát je mij ziet
zo op de fiets
in de ochtend
op de dijk?

Dat wil ik roepen
maar doe het niet.
De fietsers
zien niet bijzonders.
Een vrouw
op een fiets,
lekker belangrijk.

In plaats daarvan
lach ik voluit
en iedereen
lacht terug
naar die vrouw
op de fiets
die een wereldwonder is
zonder dat anderen
het zien.

Ik word beter
en anderen
zien dat niet
aan mij.
Dat geeft niet,
ze zagen
meestal ook niet
dat ik ziek was.
Niet als
ze me zagen
en ook niet
omdat ze me
bijna nooit zagen.

Wat maakt het uit.
Ik fiets
op de dijk
in de ochtend
Ik geniet
en lach,
naar anderen
en vooral
naar mezelf