zaterdag 2 juni 2012

Vakantie

Midden op de dag lig ik in bed.
Niet mijn bed.
Een ander bed.
In een kamer met een hoog plafond.
En als ik naar buiten kijk,
zie ik een grote boom.

In de ochtend is de boom fris groen,
in de middag waait het
en gaan de takken heen en weer.
En ’s avonds verandert de boom in goud
door het avondzonnetje.

De ME leert mij dat woorden
een andere betekenis krijgen.
Het woord vakantie is bijvoorbeeld rekbaar.
Betekende het vroeger
dingen doen, zien, beleven en
in actie komen.
Tegenwoordig betekent het
een verplaatsing van hier naar daar
en weer terug.

Nu zit ik daar op de bank
en zie een ander uitzicht.
Ik zit daar in de tuin
en hoor andere vogels dan thuis.
Er sluipen andere katten door de tuin,
Franse katten…

Ook de geuren zijn anders.
We zitten aan de kust
En dat ruikt anders
dan het vertrouwde IJsselmeer.

We rijden wat rond,
door heuvels en bossen.
Ik zie overal tekens
van het niet thuis zijn
en kijk mijn ogen uit.

Ik kan nog net zo weinig als thuis,
toch ben ik overduidelijk op vakantie.
Ik ervaar nieuwe uitzichten, geuren, indrukken.
En laad me op aan het ergens anders zijn.

Ik snuif alles heel diep op
en bewaar het in mijn  hart.
En straks midden winter
als ik op mijn slechtst ben
en dagenlang niet van de bank afkom,
dan doe ik een klein luikje
in mijn hart open,
zodat de herinneringen aan de
andere geuren en kleuren
als vanzelf mijn lijf in stromen.

En dan weet ik, voel ik,
mijn wereld is groter dan deze bank.
Ook deze winter gaat weer voorbij.