dinsdag 26 juni 2012

Op kamp

De wekker gaat,
ik doe mijn ogen open
Zoon hangt over mij heen,
ben je wakker?
Nu wel!

Iemand is hier klaarwakker
omdat hij op kamp gaat
en ik ben dat niet.

Ik haal diep adem
en verzamel moed
om de komende uren
goed te doorstaan.

Zoon is opgewonden
en kan zijn mond niet houden.
Of ik weet hoe een wesp
vliegen vangt?

Mijn antwoord
dat het lijkt op een
griezelverhaal uit Star Wars
is de aanzet tot
een nog grotere stortvloed
aan feitjes en weetjes.

Het wordt tijd
voor een tactiek
want zo kom ik nooit
aangekleed en al
met Zoon op de fiets
en ingepakte spullen
op de parkeerplaats
waar vandaan ze vertrekken.

Erg genoeg is mijn kind
al zo getraind
in inlevingsvermogen
en de energiebeperkingen
van zijn moedertje
dat ik aan een half woord
meer dan genoeg heb.

Hij neem zonder morren
al die dingen over,
die er voor zorgen
dat ik ernstig
in het rood komt te staan.

Dus haalt hij
mijn fiets uit de schuur
en rijdt hem
naar de voortuin,
stopt zijn slaapzak
in de fietstassen
en legt zijn tas klaar
bij de voordeur.

Als hij vervolgens
rustig gaat tekenen
breekt mijn hart bijna.
Mijn kind, mijn liefje,
je zou gillend
door het huis moeten
kunnen rennen.

Ik krijg van hem de tijd
om de pijn
uit mijn lijf
te laten zakken.
Ik lig nog even
plat op de bank
en verzamel de energie
die er niet is.

Dan gaan we,
op de fiets,
bepakt en beladen.
Daar is de parkeerplaats,
bijna iedereen is er al.
Het is een kakafonie
van gillende kinderen
en druk kletsende ouders.

Ik sta daar
en probeer de prikkels
van me af te laten ketsen.
Ik focus me telkens
op één gezicht per keer,
kijk niet te veel om me heen.
Ik houd me zelf voor
dat ik hier ben
om mijn kind
weg te brengen
en niet om sociaal te doen.
Toch strijden er allemaal
verschillende gevoelens in mij
om aandacht.

Onmacht, verdriet, woede,
dit ene moment
van wegbrengen
put me zo uit
dat de rest van de dag
niets meer kan.
Maar ook blijdschap, vreugde,
blij worden van zijn opwinding.

Ik probeer hier te staan
zonder oordeel over mezelf.
Ik probeer hier te staan,
zonder een verwachting
over de rest van de dag.
Dat lukt niet zo goed.

Eenmaal thuis,
haal ik diep adem.
Morgen mag ik weer
naar die parkeerplaats toe
en krijgen we de hele riedel
van voren af aan
maar dan omgekeerd.
Ophalen in plaats van wegbrengen.

Ziek zijn is niet alleen
stom en oneerlijk
het is ook onhandig
en het komt nooit uit.
Waar is toch die knop
waarmee ik het
ziekzijn kan uitzetten,
al is het maar
voor een paar momenten
per jaar?

Iemand?