woensdag 2 mei 2012

't valt eigenlijk best wel mee

Vandaag lukt het niet.
Het lijf doet niet mee.
En mijn hoofd voelt wiebelig.
Het klotst in mijn brein.
En dat zorgt voor kortsluiting.

Ik ben wat jankerig.
Omdat die emmer volliep,
kan ik niets meer hebben.
Vandaag ben ik geen Boeddha,
vandaag zit ik vol zelfbeklag.
Maar vandaag moet ik naar de fysio.
Ook dat nog. Dat valt niet mee.
Een pestbui, me slecht voelen
én naar een behandelaar.

Mijn lief brengt me met de auto.
In de tijd dat ik word behandeld
brengt hij oude troep naar de kringloop.
Als ik klaar ben bij de fysio,
is mijn lief nog niet terug.

Dat kan ik er net niet bij hebben,
nu moet ik wachten
en ik ben al zo moe!
Mokkend ga ik op de stoep zitten
en kijk eens om me heen.
De zon schijnt, het is duidelijk voorjaar.
Eigenlijk zit ik hier helemaal niet zo beroerd.

Naast mij is een sloot.
In de sloot zijn Pa en Ma Meerkoet
druk bezig met 2 kleintjes.
Even duiken onder water
en dan het lekkers aanbieden
aan het nageslacht.

Als iets mij opvrolijkt
dan zijn het wel jonge meerkoetjes.
Zelden zulke leuke beesten gezien,
zwart met geel-rode ontplofte haartjes
en belachelijk grote poten.
Als je ooit een klein meerkoetje zag,
weet je nu wat ik bedoel.

Ik kijk naar die ontplofte ragebollen
en voel mijn jankbui wegzakken.
Eigenlijk is alles wel goed nu,
zo hier op de stoep.
Ik zou hier best een tijdje kunnen zitten,
kijken naar meerkoetjes
en met verder niets aan mijn hoofd.

Ineens is de dag veranderd.
Ik ben nog net zo moe,
ik heb nog net zo veel pijn
maar toch ziet alles er anders uit.
Daar komt mijn lief aanrijden,
Dag meerkoetjes, dank je wel!