zaterdag 19 mei 2012

Het gedoe en mijn gedrag

Als ik wakker word
schijnt de zon uitbundig.
Ik doe snel de check.
Hebben we vandaag Gewoon Prut
Erge Prut of Heel Erge Prut?

Vandaag valt het mee,
Gewoon Prut is goed te doen!
Ik stap uit bed, ga naar beneden
en werk het gewone ochtendritueel af.
Koffie, krantje, bakje yoghurt.
Stukje schrijven, even rusten.
Ontbijt spullen opruimen, even rusten.
Wassen aan de wastafel, even rusten,
zittend op een stoel met een badjas aan.
Dan ga ik me aankleden
en weer even rusten.

Het borrelt in mij,
ik kijk naar buiten,
het ziet er zo fijn uit.
Zal ik, zal ik niet?
Stukje lopen?
Of even op de fiets naar een winkel.

Ik ga op de fiets!
Dan moet ik eerst de fiets
uit de schuur halen.
Onze schuur is smal
en er staan drie fietsen
in een innige omhelzing met elkaar.
Dat moet ik even ontwarren.
Maar fietssturen zitten in de weg.
Het lukt niet.
Ene fiets naar voren duwen,
andere fiets naar achteren.
Nee, er zit geen beweging in.
Ik word nu boos,
begin te rukken aan mijn fiets.
Dat valt niet mee,
want ik kan mijn armen bijna niet gebruiken.

Nu begint in mijn hoofd
een stemmetje heel irritant
commentaar te leveren
op het gedoe en mijn gedrag
Fietsen is best te doen.
Maar de fiets uit de schuur halen niet.
Als ik slim zou zijn,
zou ik mijn plan veranderen.
Maar ik kan zó boos worden,
dat kleine dagelijkse bezigheden
altijd grote toestanden worden
alleen omdat mijn lijf
niet mee kan werken.
Ik ontplof in mezelf.

Hijgend sta ik buiten de schuur,
met een fiets in de hand
en een lijf dat in het voorstadium 
van Potentieel Erge Prut zit
Toch ga ik fietsen,
dat was immers mijn doel.

Maf mens, denk ik later
als ik op de bank lig,
je leert het ook nooit.