zondag 11 maart 2012

Lopen en loslaten

Lopen.
Elke dag een stukje.
5 minuten maximaal.
Dat is mijn doel.

Om dit te bereiken
moet ik loslaten.
Dat loslaten,
wat ik
het liefste doe.

Elke dag
kan ik
kiezen
uit één ding.
Koken
stond met stip
op nummer 1.


Maar koken
maakt mij niet beter,
hoewel mijn geest
graag denkt van wel.

Lopen,
om de gewrichten
te smeren.
Lopen,
om het verval
tegen te houden.
Lopen,
om de spieren
soepeler te maken.
Lopen,
om sterker te worden.
Lopen.
5 minuten.
7 x per week.
35 minuten in totaal.


Het voelt
als een marathon.
Vreemd,
wandelen deed ik graag
met een gezond lijf.
Maar een ziek lijf
kent andere verlangens.

Loslaten doet pijn.
Lopen ook.
Maar het went.
Niet alleen
het loslaten.
Ook het lopen.

Lopen is ook
buiten zijn.
Licht.
Zon.
Mensen zien.
Kijken.
Rare hondjes tegenkomen.
Geur.
Geluid.
Een feest
voor de zintuigen.
Net als koken,
maar dan anders.

Al lopend loslaten.
Blij zijn
met alles
wat ik
toch telkens
weer kan bedenken
om te doen.
Elke keer weer
toch kunnen genieten
van wat ik doe.
Lopen is niet koken.
Het is anders.
Maar ook fijn.