zondag 4 maart 2012

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.

Soms zou ik willen
dat iemand mij optilt
en zachtjes wiegt.
In mijn oor fluistert
het komt vast wel goed

Soms zou ik willen
dat je aan mij ziet
dat ik echt wel ziek ben
en niet zo'n beetje ook.

Je ziet niets aan mij,
omdat je mij nooit ziet
als ik me ziek voel.

Meestal ben ik thuis.
Waag ik mij toch naar buiten,
dan word ik soms zó moe
van het vertellen
dat ik toch echt wel ziek ben.

Mensen willen best meeleven.
In ruil moet je zichtbaar lijden.
Daarom fantaseer ik soms
over een bochel
of een voet in het gips,
een pink in het verband
of een grote puist op de neus.
Gewoon om maar 1 keer te horen,
wat vervelend voor je.
Al is het maar in een fantasie.

Soms zou ik willen
dat 'ze' in één oogopslag zien
wat ik al jaren voel.
Dat wat je niet ziet er wel is
en wat je wel ziet
niet altijd is
wat mij beweegt.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet,
het is een vrouw en ze staat voor je.
Til haar eens op,
wieg haar zachtjes heen en weer.
Dat kan jij wel! Heus,
het is tenslotte een fantasie.
En terwijl je haar zachtjes toefluistert:
ik zie je, ik hoor je, ik leef met je mee
denkt zij het komt vast wel weer goed.