zaterdag 24 maart 2012

Harig gezelschap

Om kwart over 7 gaat
doordeweeks mijn wekker.
Dan moet ik er uit.
Niet dat ik werk.
Maar Zoon gaat naar school
en Schatje naar zijn werk.
Dus sta ik op.
We eten samen een boterham.
Om kwart voor 8 gaat Schatje weg.
Dag, dag, kus, kus, tot vanavond is het dan.
Om kwart over 8 gaat Zoon weg.
Dag, dag, kus, kus, tot vanmiddag is het dan.

Ik blijf achter in ons huis.
Wat zal ik gaan doen?
Ik kan kiezen uit één activiteit.
Ga ik vandaag douchen of koken?
een ommetje lopen of een vriendin bellen?
Daar concentreer ik mij dan op.
Eerst dat doen en dan weer rusten.
Misschien kan ik daarna
nog iets anders doen.
Misschien ook wel niet.

Een dag is best lang,
als je weinig kunt doen.
Toch verveel ik mij nooit.
Er is mooie muziek.
Fijne boeken om te lezen.
Een lekkere bank om op te liggen.
Een logje om te schrijven.
En het belangrijkste van alles:
ik ben gezelschapsdame
van twee heren.
Ik ben nooit alleen.

Die twee knappen enorm op
van mijn ziek-zijn.
Ook op een slechte dag
kan ik achter oren krabbelen.
Over buikjes aaien.
Of brokjes geven.
Vind ik het goed
dat ze op mij liggen.
Mogen ze mijn trui
aan gort prakken.
Kan ik de deur
open-dicht-open-en-weer-dicht doen.
Want meteen besluiten doen ze niet.
Dat hoort erbij.

Smoes was vroeger heel schuw.
Kwam heel af en toe naast me liggen.
Met één pootje op mijn been.
Heel dol voor zijn doen.
Nu ligt hij boven op me.
Vrouwtje is zoveel thuis,
dat is goed voor zijn vertrouwen.

Moos had last van moodswings.
Kon zich niet goed over geven aan het moment.
Eén verkeerde beweging en hij was weg.
Maar nu niet meer.
Nu ligt ook hij boven op me.
Vrouwtje is zoveel thuis, 
dat doet ze om mij te behagen denkt Moos.


Fijn dat er in ieder geval twee zijn,
die gedijen bij deze situatie.
Ik ben ook blij.
Door de grappige dingen die ze doen
om mijn aandacht te trekken.
Het om en om rollen,
pootjes naar me uitstrekken.
Miauwen met een trilling in de stem.
Vooral Moos kan dat goed.
Blij met de warmte en het geknor.
Met de ruimte die ze in beslag nemen.
Blij met hun gezelschap,
ook al verliezen ze wel veel haar.

Wat is je wereld klein, hoor ik je denken.
Maar er zit alles in wat ik nodig heb,
is daarop mijn antwoord.