maandag 20 februari 2012

Een goed gesprek

Toen ik ziek werd,
nu 4 jaar geleden,
vonden mensen dat vervelend
en soms zielig voor mij.

Toen ik maar niet beter werd,
kreeg ik steeds vaker de vraag:
Maar wat heb je dan?
Dat ik dat niet wist,
was geen goed antwoord,
merkte ik aan reacties.

Toen ik maar niet beter werd,
en eindelijk wist wat ik had,
was ik al zo lang ziek,
dat mensen het zat waren.
Heb je haar weer...
zag ik ze denken.

Toen ik maar niet beter werd,
en eindelijk wist wat ik had,
wou bijna niemand dat nog horen.
Bangerikken liepen met een boog om mij heen,
lieten hun kinderen niet meer hier spelen.
Stel je voor dat je met mij moet praten.
Draaiden zich snel om op het schoolplein,
als ik Zoon eens kwam halen.
Gelukkig deed niet iedereen dat.

Nu ben ik al zooo lang ziek,
dat mensen het minder eng vinden.
Ze raken er aan gewend.
Spreken mij nu af en toe aan,
hoe gaat het nu met jou?
En zijn opgelucht als ik die vraag,
ook aan hen stel.

De doorbraak kwam laatst.
Bij een vrouw die mij al 4 jaar ontweek.
Bang is voor het leed van een ander.
En er niet naar durft te vragen.
Zij zag mij op het schoolplein.
De dag ervoor ging ik naar de kapper.
Flink de schaar erin.
Zij zag mij en even was er die aarzeling.
Toen kwam ze naar mij toe.
Hee, hallo, lang niet gesproken,
wat staat dit je goed!
Ik zag ongemak bij haar,
en later opluchting.
Omdat ik gewoon antwoord gaf.
Praatte over alledaagse dingen.
Ik hoorde het ijs breken,
met een grote krak.


Had ik dit maar eerder geweten.
Ik ben niet ziek.
Ik had gewoon een bad-hair-day.
4 jaar lang.