zondag 19 februari 2012

Behandeling: punten tellen

Momenteel ben ik onder behandeling in het Vermoeidheidscentrum Lelystad. Eén van de onderdelen behelst een behandeling door een ergotherapeut. 

Eén keer per 3 weken komt de ergotherapeut bij mij thuis en leert mij om mijn energie beter te doseren. Dit doet ze met een methode die de Activiteitenweger heet. Dat werkt zo: alle activiteiten die ik doe, hebben een norm gekregen naar zwaarte. Die normering is gebaseerd op hoe ik het zelf ervaar, of iets zwaar voor mij is of goed te doen. Die normering: zwaar - gewoon- licht - ontspannen/energie gevend wordt vertaalt in punten. Een zware activiteit is bijvoorbeeld 3 punten per half uur. Minder zwaar is 2 punten per half uur.

Stofzuigen en douchen kost  mij bijvoorbeeld 3 punten per half uur (niet dat ik een half uur stofzuigen volhoud). Me aankleden kost 1 punt per kwartier, koken ook. Ik kan ook punten verdienen door rust te nemen of ontspannen te lezen. Per half uur rust verdien ik een punt, die ik van het puntentotaal van de dag mag aftrekken.

Aan de hand van 7 tijdschrijflijsten die ik heb ingevuld is er een gemiddeld puntenaantal per dag uitgekomen. Dat is mijn belastbaarheid. In eerste instantie mocht ik 11 punten per dag uitgeven. Dat heb ik een aantal weken gedaan. Maar het werkte niet. Ik werd steeds meer gefrustreerd en ging rap achteruit terwijl ik toch niet het toegestane aantal punten overschreed.

Toen viel het kwartje. De tijdschrijflijsten aan de hand waarvan de belastbaarheid is vastgesteld, zijn ingevuld aan het einde van de zomer. En in de zomer kan ik meer. In de winter ben ik tot veel minder in staat. De ergotherapeute greep in. Nu mag ik nog 6 punten uitgeven op een dag. Opstaan, 3 keer eten, douchen of koken kost mij 6 punten. Veel ruimte is er dus niet. Als ik iets extra's wil doen moet ik het verdienen, door plat te gaan. Zo verdien ik punten om logjes te kunnen schrijven of muffins te bakken.

Nadat de woede om het afpakken van het toegestane puntenaantal was gezakt, werd het rustig in mij. Ik overvraag mezelf nu niet meer zo vaak. Het is duidelijker nu. Ik leer nu beter te doseren en vooruit te kijken.

Het is geen eenvoudige methode. Het is gekmakend dat de dag per half uur wordt vastgelegd, er gaat een enorme verstikkende werking van uit. Het is niet leuk om zo aan handen en voeten te zijn gebonden. Maar dat was ik natuurlijk ook al zonder de activiteitenweger.

De hoop is natuurlijk dat als ik mijn lichaam niet meer  overvraag, ik me iets beter kan gaan voelen, zodat we heel langzaam, punt voor punt weer kunnen gaan uitbreiden.

Ik vind het een handige methode, ook al levert de puntentelling zelf wat drukte op in mijn hoofd. Ik ontvang snel te veel prikkels en het nadenken en schuiven met punten spreekt een deel van mijn oververhitte manische geest aan, dat beter in een winterslaap kan blijven. Dat evenwicht moet ik nog zien te vinden.

Zowiezo blijft het een dagelijkse worsteling. Je kunt heel makkelijk alles plannen. Veel kan ik niet, dus veel valt er ook niet te plannen. Waar het om gaat is dat ik leer om de energie die er is, niet in 1 keer op te maken en na elke kleine handeling rust te pakken. Hiervoor was het zo dat ik het merendeel van de dag niets deed en dan ineens in een uitbarsting de dingen deed die wel moeten: douchen,aankleden, broodje smeren. Nu doe ik dat gedoseerder en met meer tijd er tussen.

Het belangrijkste van alles is flexibiliteit. Dat kan de methode mij helaas niet leren. Hoogstens word ik er nu regelmatig aan herinnerd dat ik flexibeler moet zijn. Want op papier kan de puntentelling tiptop in orde zijn,  de praktijk is vaak weerbarstiger. Stel Zoon heeft een vriendje te spelen en dat vriendje wordt aan het eind van de middag door zijn moeder opgehaald, die druk begint te kletsen over iets wat haar bezighoudt. Een half uur later vertrekken ze. Het is half 6. De hele middag heb ik rekening gehouden met het koken voor vanavond, dat kost me 2 punten per half uur. Het onverwachte kletspraatje met de moeder kost me 3 punten (bezoek = 3 punten per half uur). Nu staat ik een punt in de min.

Wat ik moet doen is het koken laten voor wat het is. Maar dat vind ik moeilijk. Want Schatje heeft ook honger als hij uit zijn werk thuis komt. Flexibel zijn heeft dus ook gevolgen voor mijn omgeving. Ik moet in de planning van de punten dus ook rekening houden met onverwachte zaken, maar dat is heel moeilijk gezien het lage puntenaantal. Zomaar 2 punten in reserve houden valt niet mee als je er maar 6 kunt uitgeven.

Daarnaast is een ander nadeel van de puntentelling dat ik soms te veel blind vaar op het aantal punten. Terwijl het belangrijk is dat ik contact blijf voelen hoe het mijn lichaam is. Niet alle dagen ben ik namelijk in staat om 6 punten te halen, soms is het beter de hele dag te blijven liggen.

Toch krijg ik nu meer inzicht in mezelf en hoe ik met mijn energie omga. De methode is geen pil, ik zal er niet beter van worden maar ik leer wel op een prettiger minder belastende manier mijn dagelijkse leven in te richten.

Vanuit het Vermoeidheidscentrum in Lelystad wordt deze methode geadviseerd. Nu is niet elke ergotherapeut hierin geschoold, maar velen hebben wel ervaring met patiënten te leren beter te doseren. Voor mij is het een enorme opluchting om met iemand te kunnen praten over hoe ik het dagelijks leven hanteerbaar kan maken voor mezelf, hoe ik bepaalde handelingen kan vereenvoudigen. Hiervoor wist ik niet van het bestaan van ergotherapeuten af.

Kamp jij met een energieprobleem en loop je in het dagelijks leven ook aan tegen moeilijkheden om de handelingen van de dag te doen? Overweeg eens een behandeling bij een ergotherapeut.